Watersnood 1995 – de ‘bijna ramp’
Achtergrond van de watersnood
Rond het jaar 1990 maakte Nederland zich weinig zorgen om overstromingen. De Watersnoodramp van 1953 leek lang geleden en de Deltawerken waren bijna klaar. Ook de grote rivieren leken onder controle. De laatste grote overstroming van de Maas was in 1926. Veel mensen dachten dat Nederland veilig was voor het water. Tot 1993.
Gebeurtenissen van 1993
Er viel veel regen, waardoor het water in de Maas eind 1993 steeg naar een recordhoogte. Rond de Kerstdagen ging het mis in Limburg. Er zat te veel water in de Maas en de rivier stroomde over. Hierdoor overstroomden de gebieden tussen de Maas en de dijk. Ongeveer 12.000 mensen moesten hun huis verlaten. Na de overstroming controleerde de luchtmacht de dijken. Ze zagen dat deze op veel plekken zwak en onbetrouwbaar waren.
Watersnood 1995
Ruim een jaar later ging het opnieuw mis. Smeltwater uit de Alpen en hevige regen in de Ardennen, Noord-Frankrijk en Duitsland zorgden voor problemen. Het water in de rivieren Maas, Rijn, Waal en IJssel stond extreem hoog. Vooral in Limburg en Gelderland ontstonden gevaarlijke situaties.
Gevolgen hoge waterstanden 1995
Op 25 januari 1995 bereikte de Maas bij Itteren en Borgharen een hoogte van 45,09 meter boven Normaal Amsterdams Peil (NAP). Deze dorpen lagen toen nog buiten de dijken. Net als in 1993 moesten de bewoners het gebied verlaten. Delen van Zuid- Limburg liepen onder water.
Ook in Gelderland ging het mis, vooral in het Rivierengebied. Bij Lobith steeg het water twee meter in één dag en bereikte een hoogte van 16,68 meter. Het normale waterpeil is hier tussen de 7,2 en 12 meter. Op verschillende plaatsen stond het water tot aan de bovenkant van de dijken. In Deventer liep het water over de kade. Dijken werden afgesloten voor het verkeer. Ook bewaakten dijkwachten de dijken en werden deze met zandzakken versterkt. Toch moesten tienduizenden bewoners hun huis verlaten.
Evacuaties Rivierenland
De evacuaties begonnen op 30 januari 1995. Die dag kregen 75.000 bewoners die in de buurt van de Maas en de Waal woonden het advies om hun huis te verlaten. Op 30 en 31 januari moesten 250.000 mensen evacueren. Ook werden één miljoen dieren in veiligheid gebracht. Dit was een van de grootste evacuaties uit de Nederlandse geschiedenis. Veel mensen gingen naar familie of vrienden. Anderen sliepen in evenementencomplex de Jaarbeurs in Utrecht, waar een crisiscentrum was ingericht.
Schuivende dijk bij Ochten
De vraag was of de dijken het zouden houden. Vooral bij Ochten ontstond een gevaarlijke situatie. Daar begon op 1 februari de Waaldijk te schuiven. Honderden militairen legden zandzakken neer om de dijk sterker te maken. En dat lukte. De dijk hield stand en er kwam geen overstroming. Vanaf 2 februari begon het water in de rivieren te zakken. De eerste mensen konden na vijf dagen, op 4 februari, weer naar huis.
Reactie op de bijna ramp
De schade van de Watersnood 1995 viel mee. Maar op de bewoners van het gebied maakte de ‘bijna ramp’ veel indruk. Ook veranderde de manier van denken. Eerder waren veel mensen tegen het versterken van de dijken, omdat het veel geld kost en gedoe oplevert. Na 1995 begreep iedereen dat er maatregelen nodig waren.
Ruimte voor de Rivier
En die maatregelen kwamen er. De gebeurtenissen van 1993 en 1995 waren het startschot voor de landelijke programma’s ‘Ruimte voor de Rivier’ en ‘Maaswerken’. Niet alleen werden dijken sterker gemaakt, ook kregen de rivieren meer ruimte. Er werden nieuwe geulen gegraven waar water in kan wegstromen (hoogwatergeulen), dijken verlegd, de grond tussen de rivier en de dijk (uiterwaarden) uitgegraven en er kwamen speciale gebieden om water tijdelijk op te slaan (waterbergingsgebieden). Begin 2019 was de opening van de hoogwatergeul Reevediep. Dit was de officiële afronding van het project ‘Ruimte voor de Rivier’.
Plannen voor de toekomst
Waterveiligheid blijft belangrijk. De waterschappen blijven de dijken controleren en versterken. Ook Rijkswaterstaat werkt daaraan mee. Tot 2050 versterken de waterschappen en Rijkswaterstaat samen honderden kilometers dijken met het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP).