Ga verder naar de inhoud

Bevers: gevaarlijk of juist goed voor de natuur?  

Er leven steeds meer bevers in Nederland. Dat is goed nieuws, maar soms ook lastig. Want bevers zijn vaak goed voor de natuur, maar hun dammen en holen kunnen ook voor schade zorgen. 
Bever zwemt in het water

Succesvolle terugkeer bever in Nederland  

Meer dan 150 jaar kwamen er geen bevers voor in Nederland. In 1988 zijn ze opnieuw uitgezet. Sindsdien gaat het goed: er leven nu meer dan 6000 bevers verspreid over heel Nederland.  

Hoe herken je een bever? 

De bever is het grootste knaagdier van Europa. Een volwassen bever heeft een lijf van 70 tot 100 centimeter en een staart van 25 tot 37 centimeter. De bever weegt 15 tot 35 kilo. Mensen verwarren bevers vaak met beverratten, muskusratten of otters. Maar de staarten zijn anders. Bevers hebben een brede en platte staart. Ook zijn bevers groter dan muskus- en beverratten. Otters en bevers zijn wel ongeveer even groot, maar een otter is veel slanker. 

Een close-up beeld van een bever die groen stengels in zijn bek heeft.

Beverholen en -burchten 

Een bever eet vooral planten, van het land of uit het water. In de winter eten ze ook boomschors en takken. Ze leven alleen of in kleine families. Het zijn nachtdieren. Overdag slapen ze in hun hol of burcht. Een hol is tunnel of kamer onder de grond die ze graven bij een rivier. Een burcht is vaak groter dan hol en kan meerdere kamers hebben.  

Dammen bouwen  

Bevers wonen graag bij rivieren of meren met bomen langs de kant. Als ze het water niet diep genoeg vinden, dan knagen ze bomen om en bouwen een dam. Zo zorgen ze dat het water minimaal 50 centimeter diep wordt, dat vinden ze prettig. 

Een door bevers gemaakte dam in de Oostrumsebeek nabij Venray.

Aanwezigheid bever: goed en slecht 

Bevers zijn goed voor de natuur. Door te knagen zorgen ze voor dood hout. Dat is voedsel en een schuilplaats voor insecten. Ook houden hun dammen water vast en dat is fijn in droge periodes. Maar soms heeft dat ook nadelen. Als bevers een dam op de verkeerde plek bouwen, dan ontstaat er wateroverlast of juist droogte. Ook knagen ze aan bomen, die kunnen omvallen op een weg of spoor. Dat zorgt voor overlast. 

Gevaar voor dijken 

Ook het graven van bevers kan zorgen voor problemen. Bijvoorbeeld in een dijk. Want bevers graven geen kleine holletjes, maar lange gangen onder de grond. In Waterschap Rivierenland groef een bever een hol met gangen van wel dertien meter lang. Bevers graven snel. In één nacht kunnen ze wel twaalf kruiwagens vol grond weggraven. Als ze dat in een dijk doen, is deze niet meer stevig. In dat geval komen de waterschappen in actie. 

Een boom ligt in het water. De boom is deels omgeknaagd door een bever. Je ziet duidelijk sporen van tanden in de stam. Er liggen takken en water om de boom heen. Het is een natte en bosrijke plek.

Wat doen de waterschappen? 

Het aanpakken van beveroverlast is niet makkelijk, want bevers zijn beschermde dieren. Waterschappen hebben toestemming van de provincie nodig om maatregelen te mogen nemen. Voorbeelden van maatregelen zijn: het verwijderen van planten in het leefgebied en het neerleggen van stenen of gaas, zodat bevers niet meer kunnen graven op die plek. Ook kunnen holen worden uitgegraven en gerepareerd. Of bevers worden uit het gebied gehaald.  

Landelijk beleid 

Omdat elke provincie eigen regels heeft, willen de waterschappen graag een landelijk beleid. De grenzen van waterschappen en provincies komen niet overeen. Sommige waterschappen liggen in meerdere provincies. Ook is voor provincies de natuur het belangrijkst. Maar wij willen dat ook veiligheid een rol speelt. We willen in elke provincie gebieden waar bevers niet welkom zijn. Bijvoorbeeld omdat er anders gevaar is voor overstromingen. Als er een bever toch het gebied in komt, verplaatsen we hem naar een andere plek. Zo houden we de dijken heel en het land veilig. 

Meer weten?

Wil je meer weten over bevers? Ga dan naar Kenniscentrum Bever

Actueel