Dijken beschermen Nederland tegen het water
Wat zijn dijken?
Een dijk beschermt het land tegen water. Het is een verhogingen gemaakt door mensen. Dijken bestaan al eeuwen en niet alleen in Nederland. De oude Egyptenaren bouwden 3000 jaar geleden al dijken langs rivier de Nijl. Ook de eerste bewoners van Nederland begonnen al vroeg met de aanleg van dijken.
Aantal dijken in Nederland
Dijken zijn een soort waterkering, net als duinen, dammen, kades en sluizen. Deze houden stuk voor stuk het water van de zeeën, rivieren en andere wateren tegen. In totaal heeft Nederland ongeveer 17.000 kilometer waterkeringen. Er zijn primaire en regionale waterkeringen. De primaire waterkeringen beschermen Nederland tegen overstromingen vanuit de Noordzee, de Waddenzee, de grote rivieren, het IJsselmeer en het Markermeer. De regionale waterkeringen liggen langs kleinere wateren. Denk hierbij aan een dijk langs een kleine rivier of een kade bij een kanaal of gracht.
Wist je dat?
De bekendste dijk in Nederland is de Afsluitdijk. Eigenlijk is dit geen echte dijk, maar een dam. De Afsluitdijk scheidt namelijk water van water, en niet water van land.
Veilige dijken
Als waterschappen onderhouden we bijna alle primaire dijken in Nederland. We controleren ze regelmatig, een soort APK-keuring. Als een dijk niet meer veilig is, versterken we hem. Dit doen we samen met Rijkswaterstaat in het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). Tot 2050 versterken we zo’n 1.400 kilometer dijk. Dit onderhoud kost veel geld, maar is voor iedereen belangrijk. Daarom verdelen we de kosten: het Rijk betaalt de helft, de waterschappen samen 40 procent, en het waterschap waarin de dijk ligt betaalt 10 procent.
Wat als de dijken breken?
Goede dijken zijn belangrijk. Zonder deze waterkeringen komt ongeveer 59 procent van Nederland onder water te staan. In de Zuidplaspolder, vlak bij Nieuwerkerk aan den IJssel, ligt het laagste punt van Nederland: 6,78 meter onder Normaal Amsterdams Peil (NAP). Als de dijken breken dan staat er binnen drie dagen zo’n zes meter water. Gelukkig gaat het bijna nooit fout. De laatste grote dijkdoorbraak in Nederland was de Watersnoodramp van 1953. Toen braken op meer dan 150 plaatsen de dijken in Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Brabant.
Basiskennis over dijken in 4 filmpjes
- Waar zijn we zonder dijken?
Hoe zou Nederland eruit zien zonder dijken - Dijken versterken, hoe doe je dat?
Wat komt er allemaal kijken bij het versterken van een dijk. - Kunnen dijken stuk?
We vertrouwen op onze dijken, maar ook een dijk kan bezwijken onder de druk. Daarom houden we de dijk scherp in de gaten. - Wie gaat er over onze dijken?
Wie gáát er nou eigenlijk echt over zo’n dijk? Die vraag heeft geen makkelijk antwoord.
Wat doen de waterschappen?
Sinds 1953 zijn er geen grote dijkdoorbraken meer geweest. Wel zijn er soms gevaarlijke situaties. Bijvoorbeeld als het water in de rivieren heel hoog staat. Dan stellen waterschappen dijkbewaking in. Dit wordt gedaan door dijkwachten die – al dan niet vrijwillig – voor de waterschappen werken. Zij controleren de dijken dan op beschadigingen, scheuren, veranderingen in de vorm en lekkend water. Zij geven hun bevindingen aan ons door. Als het nodig is, nemen we maatregelen. We kunnen een dijk versterken, tijdelijke keringen plaatsen of extra pompen inzetten. Door goed onderhoud proberen we dit soort situaties te voorkomen. Nu en in de toekomst.
Actueel
Kinderboek over de vergeten watersnoodramp van 1825