Gemaal pompt water in en uit een polder
Wat is een gemaal?
Een gemaal is een pomp die de hoeveelheid water in een gebied regelt. Het pompt water van een lager naar een hoger niveau. Is er teveel water in een gebied? Dan pompt een gemaal het water weg naar een plaats waar het geen kwaad kan. Zoals een rivier of meer. Dit gebeurt veel in gebieden waar het waterpeil kunstmatig geregeld moet worden. Dit gebeurt bijvoorbeeld in een polder. Als de gemalen daar stoppen met werken, dan loopt de polder onder water.
Gemalen zorgen er niet alleen voor dat water wordt weggepompt. Als er te weinig water is, pompt een gemaal juist water naar het gebied toe. Zo is er genoeg water voor de natuur, voor drinkwater en voor boeren die hun planten water moeten geven.
Verschillende soorten gemalen
Er zijn verschillende soorten gemalen. Je kunt ze herkennen aan wat ze doen. Dit zijn de belangrijkste:
- Poldergemaal. Dit gemaal zorgt ervoor dat een polder droog blijft. Het pompt water weg naar een andere polder of naar de boezem. Dat is een plek waar water tijdelijk wordt opgeslagen. Bijvoorbeeld een meer of een kanaal.
- Boezemgemaal. Een boezemgemaal houdt het waterpeil in de boezem op het juiste niveau. Komt er teveel water in de boezem? Dan pompt het gemaal dit weg. Bijvoorbeeld naar een rivier zodat het wordt afgevoerd naar zee.
- Rioolgemaal. Dit gemaal pompt afvalwater van huizen en bedrijven en regenwater naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI).
Ook werken gemalen op verschillende manieren. De meeste gemalen zijn tegenwoordig elektrisch. Maar er zijn ook nog steeds gemalen die op diesel draaien. Vroeger werkten veel gemalen met stoommachines. Sommige kun je nog steeds bezoeken. Een bekend voorbeeld is het Ir. D. F. Woudagemaal bij Lemmer in Friesland. Dit gemaal werkt nog steeds. Nog eerder, voor de komst van stoommachines, werden gemalen aangedreven door de wind. Windmolens legden in 1612 het eerste grote meer droog: de Beemster.

Hoe werken gemalen?
Een gemaal verplaatst water. Dit gaat als volgt. Het water komt het gemaal binnen via een inlaatkanaal of leiding. De pompen verplaatsen dit water naar een hoger gelegen plek. Hiervoor heeft een gemaal een afvoer en speciale kleppen, de terugslagkleppen. Deze zorgen dat het water niet terug kan stromen als de pomp stopt. Dit alles gebeurt vrijwel automatisch. Elk gemaal heeft een sensor die het waterpeil meet. Is er te veel of te weinig water? Dan begint het gemaal vanzelf te werken.
Wat doen de waterschappen?
De waterpeilbeheerders van de waterschappen houden alles dag en nacht in de gaten. Dat doen ze vanuit de regiekamer. De sensor stuurt alle gegevens daar naartoe. Zo kunnen de beheerders precies zien wat er gebeurt. En natuurlijk gaan de beheerders ook regelmatig naar de gemalen toe. Voor onderhoud en om te controleren of alles nog goed werkt.
Actueel
Kinderboek over de vergeten watersnoodramp van 1825